Gluren met Marc Reugebrink

Op dinsdag 21 november hadden we Marc Reugebrink uitgenodigd in de Bibliotheek Sint-Niklaas. Deze dichter, essayist en schrijver is afkomstig uit het noorden van Nederland, maar woont al een tijd in Gent. Naast heel veel uitmuntende poëzie is Het Belgisch huwelijk één van zijn meer recente boeken. Met veel humor, maar ook met een scherpe pen behandelt hij onderwerpen zoals integratie en diversiteit in Vlaanderen. Reugebrink is een schrijver die stelling durft nemen. Met Het grote uitstel won Reugebrink de Gouden Uil in 2008.

In juli schreef Stefaan deze tekst:

De staakbonen zijn geblancheerd, de vaatwas is geledigd en mijn geliefden zijn het huis uit. Dee Snider van Twisted Sister mag nu nog luider dan op Graspop door de boxen galmen, de notelaar geeft koelte en Marc Reugebrink’s Het Belgisch huwelijk ligt naast me. Halfweg. Stevig beklad met allerlei aantekeningen. Zalig boek. Feest!

Ik zag de Gentse Nederlander deze week op de Gentse Feesten in het kader van Literair Zomerlief in gesprek gaan met Yasmine Kherbache.

Kherbache putte uit Lof der Zotheid van Erasmus en Marc Reugebrink las voor uit Het Belgisch huwelijk. Tussendoor volgde een gesprek over onderwijs, identiteit, luisteren naar de Ander (vrij naar Levinas) en religie. Sereen, intelligent, boeiend. Een uur vliegt voorbij. Marc poneert verrassende stellingen, steeds doorspekt met eigen ervaringen en een grandioze humor.

We zijn alle gemeenschapszin aan het verliezen en doorgeschoten in het individualisme”, stelt de schrijver. Het verabsoluteren van je eigenheid is tegenwoordig heel sterk aan de orde. Iedereen wordt extremer in het vasthouden van zijn eigen gelijk. Willen we de ander nog wel horen? Over de samenleving en het samenleven in Nederland betreurt Marc het niveau van het onderwijs en het zwart-wit denken. In Nederland is er voor duiding, nuance, redelijkheid, het midden, … nog nauwelijks ruimte.

Wij, als Vlamingen, moeten afleren om onze buurlanden op een voetstuk te plaatsen. Alsof er in dat stuk van de Lage Landen geen files zijn of wachtlijsten in de zorg. Of discriminatie op de arbeidsmarkt …

Over identiteit denkt de schrijver in complexe laagjes. We hebben vaak een te romantisch beeld van onze identiteit, en dat is geen pleidooi om je identiteit helemaal los te laten.

Het Belgisch huwelijk gaat ook over identiteit, er is een vlijmscherpe passage op pagina eenennegentig over de Vlaamse parlementairen:

Heb je de koppen van Permeke wel ’s bestudeerd?, vroeg ik hem. Of Ensor? Of zie dat daar eens zitten in ’t Vlaams Parlement. Daar valt toch wat uit af te leiden, nee? Boeren zijn het. Aangeklede boeren soms, maar boeren. Gestampte boeren. Reactionairen. En van de gevaarlijkste soort. Van het soort dat zich tekortgedaan voelt. Door de Walen, door de talloze regeringen in dit land; door de Hollanders natuurlijk, door u dus; door de Duitsers ongetwijfeld ook en door de Fransen en de Oostenrijkers, niet te vergeten. Maar ook door de Turken, de Marokkanen, de Congolezen en alle andere allochtonen –door macaroni’s als ik, zelfs- die hun werk en vooral hun volksaard komen afpakken, hun eigenheid, snapt ge?

Na het tweegesprek pols ik bij de man of hij wil ingaan op een lezing in het Waasland of de Denderstreek. “Ja, graag“, zegt hij. Inwendig spring ik een gat in de lucht. Ik kort zelfs mijn avondoptreden af om in een rustige Turkse taverne buiten de feestzone aan zijn boek te beginnen. Marc Reugebrink lijkt me een ontzettend originele (in de zin van oorspronkelijke), boeiende en geestige stem om te gluren bij de buren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *