Buurtcomposteren met de Compostbakkers in Den Haag

Op vrijdag 24 maart komen de CompostBakkers op bezoek. Jan Morsch vertelt over dit erg succesvolle project. In de namiddag tonen we aan Jan ons eigen Compostjen, de Lokerse soepkar en eten we bij Alderande. Meer info over deze gratis uitwisseling vind je op onze website.

 


Jan Morsch is zo’n gedreven verteller dat we de geplande biologische lunch overslaan. In Den Haag, meer bepaald in de wijk Mariahoeve krijg ik niet alleen een pak verhelderende informatie over BuurtComposteren. We gaan ook ruiken aan het zwarte goud, met antropologe Marianne van de Spinozahof babbelen, door het Haagse Bos fietsen. Tussendoor toont Jan me ook nog het Mauritshuis.

Het doel van de CompostBakkers laat zich compact samenvatten in enkele zinnen: Compost maken dicht bij huis, met als doelen een betere bodem, minder afval en meer sociale cohesie. Dat is wat de Compostbakkers willen bereiken met hun project Buurtcomposteren. Samentuinen, buurttuinen en andere tuinprojecten kunnen zich aanmelden voor een inzamelpunt en compostbakken in hun buurt.

Verrassend: in het begin gingen de CompostBakkers zelf gluren bij de buren. Bij VLACCO bijvoorbeeld, ze kennen Kristof die in Lokeren woont. Nu komen de Vlamingen naar Den Haag om van dit interessant project te leren.

compostbakkers-1

De beleidscontext is een beetje bizar, maar – zoals Cruyff zei – elk nadeel heb ze voordeel. Sinds de jaren tachtig wordt GFT gescheiden opgehaald, maar daar zijn de afvalophaaldiensten ondertussen van afgestapt. Dat probeerden de CompostBakkers aan te grijpen om in het belang van allerlei collectieve tuinen zelf compost in te zamelen. Dat is dan ook sinds enkele jaren hun core business. Oorspronkelijk in de Stichting Tuinen van Mariahoeve, maar anno 2017 al op 21 plaatsen. Het gaat hard met de CompostBakkers. Ze winnen aan geloofwaardigheid en worden meer en meer herkend en erkend door ambtenaren en politici.

Buurtcompostering is intussen een fijne realiteit in Delft, Leidschendam, Zoetermeer, Lisse, Rijswijk en een elftal projecten verspreid in Den Haag. De tuinen luisteren naar mooie namen zoals de Zeeheldentuin of de tuin verbonden aan de Markuskerk, daar is dan bijvoorbeeld de domina de drijvende kracht.

Onze kracht zit in de begeleiding, de zorg, de expertise en de nazorg,” stelt Jan. Vrijwilligers van bestaande tuinen worden opgeleid tot deskundigen in de wondere wereld van de tijgerwormenpoep. De compostering is buurtgericht en per definitie lokaal verankerd, kleinschalig en valt niet onder de strikte regelgeving van de milieuwetgeving.

Jan is echt een expert. En zei ik al dat hij ook een rasverteller is? Het zaagsel van de stadszagerij? Integreren die handel. De koffiedrab van de lokale horeca? Tijgerwormen hebben niets liever. De herfstbladeren vallen a volonté? Straks verstuurt Jan een mail hoe dankbaar deze dwarrelende grondstoffen zijn.

Wat me extra intrigeert, is de sociale meerwaarde-creatie. In mensentaal: hoe worden mensen van allerlei gemeenschappen hier beter van?

Het bezoek aan de Lusthof XL, een deelwerking van de Spinozatuin is daar een briljante illustratie van. Ik ben mijn plooifiets nog aan het vasthaken, maar Marianne steekt meteen van wal. Ze heeft pit, een goed en groot stel hersenen en benoemt pijnpunten. We genieten van de aanblik van enkele Turkse vrouwen die pompoen aan het monsteren zijn en uitleg vragen over de bloeiende asters. Ik kijk mijn ogen uit en fotografeer zoveel ik kan. Arne waait binnen, hij doet me aan Frank Boeijen denken. Hij doet een boekje open over de economische leefbaarheid van dit soort tuinen. Hij heeft 35 jaar als chef-kok in vele toprestaurants gewerkt, een job waarvoor hij een flinke levensprijs betaalde. Nu gooit hij het over een andere boeg en investeert hij zijn culinaire passie en kennis in de Haagse stadslandbouw.

compostbakkers-2

compostbakkers-4

In een eerdere mail verwoordde Jan het als volgt: “Lusthof XL (waarvan de Spinozatuin een onderdeel is) is meer met sociale, wijkgerichte dingen bezig.”

Het groen is inderdaad een middel en geen doel, of toch zeker niet het enige doel. Er zijn kwesties/vragen die zowel Jan als Marianne bezighouden en die ze me voor de voeten werpen:

  1. Als we ernstig willen genomen worden, zouden we de universiteiten moeten kunnen engageren om de voordelen van een project zoals de Spinozatuin in kaart te brengen. Voordelen op het vlak van gezondheid, de bevordering van de sociale cohesie en de levenskwaliteit in een buurt, hoe het concreet bijdraagt aan biodiversiteit.  Pas dan is er kans dat deze kleine projecten kunnen opgeschaald worden.
  2. Er zijn grenzen aan het vrijwilligerswerk. We worden voortdurend bevraagd door ambtenaren en politici om mee aan te schuiven, mee na te denken over duurzame modellen, om groepen te ontvangen, door het welzijnswerk die de kwetsbare Hagenaar niet meer bereikt, maar daar staat meestal niets tegenover. Is het normaal dat we voortdurend door goedbetaalde ambtenaren, hulpverleners en cabinetards worden ingeschakeld voor hand-en span- en hersendiensten en daar enkel een vriendelijke handdruk tegenover staat?
  3. Hebben projecten als de Spinozatuin vooral niet de functie van uitlaatklep? Zoals mensen zich schor kelen voor Feyenoord? Kunnen we ook hier ernstig wetenschappelijk onderzoek aan bundelen: wanneer en hoe doen conflicten zich voor en wat kunnen we leren van interessante groepsdynamieken in de Lusthof?

Ik kan hier nog uren fotograferen en doorpraten met Jan, Marianne of Arne. Ondertussen is Mohamadi  (net terug uit Agadir) mee komen aanschuiven.

Heel wat andere kwesties passeren de revue: kinderen ontdekken dat compost toch niet naar poep ruikt, senioren beginnen ook eetbare bloemen te kweken en eten, de ambitieuze energiedoelstellingen van de wijk Mariahoeve die in 2025 van het stadsgasnet wil ontkoppeld worden, de 140 nationaliteiten van Den Haag, de veelkleurige Haagse stadscoalitie, het NIET wachten op de overheid maar zelf de partnerstaat van Michel Bauwens uitdagen en dus vorm geven.

De Spinozatuin ontstond uit een opruimactie en groeide door naar een mini-samentuin. Nu is het iets waar de woningbouwcoöperatie niet meer naast kan kijken. Transitie van onderaan die de overheid of maatschappelijke instituties dwingt om anders te kijken naar ruimte, naar samenleven-in-superdiversiteit.

compostbakkers-5

De CompostBakkers denken intussen ook op beleidsniveau mee na. Zowel stedelijk als landelijk. Over een duurzame toekomst voor Den Haag en voor Nederland. Zo schrijven ze mee aan verhalen voor alle oude en nieuwe Nederlanders.

Ik engageer me:

  1. Ik schrijf een artikel op onze blog.
    Check!
  2. Ik organiseer een tegenbezoek in Lokeren. Dan moet ik zeker Annick van IDM, Tjen en de pioniers van het Compostjen op Heiende, Maarten van de LETS-groep en Anja en Hilde van Alderande (ja, ik ben apetrots op onze soepkar) betrekken.
    Check! Op vrijdag 24 maart komen de CompostBakkers op bezoek. Jan Morsch vertelt over dit erg succesvolle project. In de namiddag tonen we aan Jan ons eigen Compostjen, de Lokerse soepkar en eten we bij Alderande. Nadien volgt een gesprek met Maarten van de lokale LETS-groep en Ivan van de biologische buurtmoestuin De Lochtink. Meer info bij stefaan.segaert@vormingplus.be
  3. Ik organiseer op vraag een dia-avond met mijn bevindingen over burgerkracht uit de rest van Nederland
    Bijna check, mijn presentatie zal in de zomer van 2017 klaar zijn.

In het Waasland kom ik niet toe, maar ik spring nog even binnen bij de kapper in de wijk aan het station Hollands Spoor. Straks begin ik aan ‘Het Beloofde Land’ van de sublieme Adriaan van Dis (over Zuid-Afrika). De titel (die in het boek een erg wrange smaak heeft) krijgt na een dagje Den Haag bijna een visionaire bijklank.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *