Het Web van Woensdrecht

We zijn met negen en alle opbrengst gaat naar de kerk. Ik doe het al tien jaar.” Wilma drukt zich verder uit in het onvermijdelijke “hartstikke leuk. De laatste maanden slaag ik er niet in een boekhandel of kringloopcentrum te passeren zonder te snuisteren in boeken van Nederlandse schrijvers. De voorbije weken waren light en mijn voornaamste bezigheid bestond uit het doorvlooien van Joost Zwagerman, Tommy Wieringa en A.F.Th. van der Heijden. Zelfs Oosterschelde Windkracht 10 van mijn jeugdheld Jan Terlouw ligt op mijn nachtkastje.

Zouden de negen vrijwilligers weten dat De buitenvrouw – waar mijn oog meteen op valt – van de betreurde Zwagerman (vorig jaar maakte hij een einde aan zijn leven, ik herinner me nog de totale verslagenheid in de talkshow Pauw en De Wereld Draait Door toen het nieuws doorsijpelde) niet alleen een literaire parel is over de uitgebluste leerkracht Theo en zijn zonderlinge dieperotische relatie met de Surinaamse turnleerkracht; maar dat het ook bol staat van de pornografische turnoefeningen? Al zijn ze die laatste in een sublieme taal gegoten?

Het is opvallend. Het privé-kringloopcentrum in Putte enkele huizen verder geeft een desolate indruk, terwijl dat in deze parochie van leven bruist. Met zeven zitten ze te kletsen aan een zware mahoniehouten tafel, een rolwagen verspert de weg naar de puzzels, maar niemand mort en de vrijwilligers staan me met pretoogjes te woord. Het is duidelijk, hier gaat het niet alleen om de centen, maar wel om een zinvolle hobby, de ontmoetingen, de netwerkenen. Religieus burgerschap? Of is er in wezen geen verschil met het openhouden van de voetbalkantine of het opstarten van een pluktuin met de buren?

Ik ben op weg naar Dorpspunt ’t Blickvelt in Woensdrecht, waar Miriam Goorden op me wacht. En daarna zoek ik de Boerenmeisjes op (alom gegniffel tijdens de teamvergadering toen ik de naam liet vallen).

Woensdrecht is een rustig dorp met hevige vrijwilligers. Het telt 1.500 zielen en grenst aan Hoogerheide. Centraal aan het dorpsplein vind je het Woonzorgcomplex ’t Blickvelt: 3 verdiepingen met 22 flats, de bewoners betalen er een pittige huur. Op de benedenverdieping gonst het van de bedrijvigheid. Vrijwilliger Jan houdt op woensdag en vrijdagochtend de buurtwinkel open. Enkel de aardappelen en kaas zijn lokale producten, maar de voornaamste functie bestaat om te voorzien in een basisaanbod aan levensmiddelen zodat het vergrijzende dorp er voor brood en beleg terecht kan. Ik schaf wat komijnkaas aan.

het-web-van-woensdrecht-1

Daarnaast baten twee vrouwen een ferm uit de kluiten gewassen kringloopwinkel uit, zij zijn verbonden aan de stichting Herwonnen Levenskracht. Voor mijn vrouw koop ik een CD van Marco Borsato. Met de opbrengst van de winkel worden allerlei activiteiten voor kwetsbare groepen gefinancierd. Ze zijn verrast met mijn verschijning, maar het ijs is vlug gebroken en ze bladeren onze Vormingplus-brochure gretig door.

Ik fiets verder op en kom eindelijk bij Miriam terecht. In tegenstelling tot wat ik oorspronkelijk dacht, is Miriam geen betaalde kracht maar een vrijwilligster. Tijdens ons drie uur durende gesprek zal ik me daarover meer en meer verbazen. Want Miriam neemt veel taken op zich, heel veel. Haar inzichten en skills zijn wijs, ze doet me af en toe denken aan de ons ontvallen Sint-Niklase transitiegoeroe Kurt met zijn “we doeme da toch”.

het-web-van-woensdrecht-2

We zitten buiten op het terras en het buurthuis loopt gezellig vol. Miriam kent iedereen bij naam, hun sociale situatie. Je merkt dat ze een warm ankerpunt is, in sommige levens is er immers veel ontreddering. Via de voetbalvereniging en de badmintonclub rolde ze tien jaar geleden het Dorpspunt in. Tegen een minimale vergoeding is ze vandaag een actieve spin in het Web van Woensdrecht. Ze verhuurt de ruimtes aan breiclubs, coacht vrijwilligers en netwerkt voortdurend. Ze kent ieder zijn kleine en grote kantjes. Ook die van haarzelf. Als een bezoeker met de wagen is en hij drinkt te veel, dan spreekt ze hem aan. Ook de moeilijke dingen gaat ze niet uit de weg. Ze moet af en toe – zo heet dat hier – iets rechtbreien.

De rondleiding is minstens even interessant als de uitleg. Woorden wekken, voorbeelden strekken. Ik ben het meest onder de indruk van een halve hectare grootte biologische boomgaard achter het Dorpspunt. Het is een paradijs van oude fruitrassen zoals Claps, Reine Victoria, Bellefleur, Kweepeer, Zigeunerin, … Peren, mispels, appelen, … duizenden vruchten hangen zwaar zwanger aan de doorhangende takken. In een promo-artikel in De Halsterse krant lees ik: “De solitaire wespen in het grote insectenhotel doen hun best om de bestuiving in de boomgaard en de directe omgeving zo optimaal mogelijk te maken. Dit kan omdat er geen insecticiden worden gespoten. Het zijn onze lievelingsbeestjes. Ook mooi om ze bezig te zien. Er is een natuurlijke, biologische kringloop aanwezig. Alle rottende brandnetels, bloemen en andere producten gaan automatisch ongespoten de grond in. Dit geeft zeer gevarieerd voedsel aan de boom, het blad en de vruchten.”

het-web-van-woensdrecht-3

Een van de verantwoordelijken van de boomgaard is ondertussen aan het petanquen met Theo. Vandaag is de club klein, het kwik klimt ongenadig boven de dertig graden uit. De boomgaard kent veel bijval, van kinderen tot volwassenen, maar vreemd genoeg blijft het moeilijk om de dichte dorpsbewoners meer te betrekken. Ook de lagere Woensdrechtse school zou meer kunnen inspelen op deze boeiende unieke biotoop. Ze kunnen hier zoveel ervaringsgericht leren.

We wandelen verder. In de voormalige peuterspeelzaal is er een knutselaanbod met oude fietsbanden en houten parels. Kinderen kunnen figuren op houten afvalplankjes plakken, een kijkdoos maken of een krans van eierdoppen. Drie senioren staan in voor het onthaal en de begeleiding. De zaal loopt vaak vol tot twaalf kinderen. Hier vindt ook het tweewekelijkse Repair Café plaats dat veel bijval kent. En er is ook de wekelijkse agrarische markt op zondervoormiddag. Dan komen boeren, mandenvlechters, een dame die jam verkoopt, het winkeltje van Jan en muzikanten bij elkaar. Het Dorpspunt verzorgt de catering. Elke maand is er ook buurtmaaltijd. Dertig bewoners, zelfs enkele Belzen van Zandvliet sluiten aan. En het hondje van Miriam krijgt dan “een mooi stukske vlees”.

het-web-van-woensdrecht-4

Ik zou nog langer met Miriam kunnen babbelen. Over de rol van de gemeente (‘ze doen hier niks en er zijn helaas al veel dorpshuizen in Nederland gesloten door een terugtrekkende overheid’), de belbus, sociale angst, de Brabantse mentaliteit (‘wij hebben een beetje dat voorzichtige naar nieuwkomers’), de grenzen van de vermaatschappelijking van de zorg, … maar ik moet verder naar de Boerenmeisjes.

Ik kan niet anders dan Miriam gemeend kussen voor al die inspiratie.

Meer informatie?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *