Samen brood bakken in Stramproy

Ik ben drie kwartier te laat op mijn afspraak, maar Kees ontvangt me met een brede glimlach in de Nijsmolenbuurt in Stramproy, Zuid-Limburg. Het dorp ligt op de grens, even verderop ligt Bocholt. Hij neemt mijn twee Tripel Klok’s dankbaar in ontvangst.

Een paar jaar geleden trommelde hij en enkele andere trawanten van het eerste uur een pak buurtbewoners op om de bestrating aan de dorpsmolen uit 1903 meteen goed aan te pakken. De gemeente supporterde enthousiast mee en Jan schreef enkele subsidiedossiers die een positief gevolg kregen. Een nieuwe toegangsweg naar de molen – een jonge kasseilegger stelde zijn expertise ter beschikking – was een eerste dominosteen, sindsdien ging het snel.

Een petanqueterrein met twee banen volstaat niet voor de vele petanquers van de Nijsmolenbuurt. Er werd een bijen-en bloemenweide aangelegd. En er werden een kruidenstrook, jeneverbessenstruiken en laagstamfruit geplant.

Hét pronkstuk is misschien wel de bakoven. Op ouderwetse en ambachtelijke wijze wordt brood op 250 graden en vlaaien op 150 graden gebakken, Kees kent er alles van. Er is een werkgroep van stokers en van bakkers. En er is zelfs een groep die voor het droge hout instaat (bussels haagbeuk zijn ideaal).

Het brood is niet het belangrijkste, het gaat om mensen die hier samenkomen, vriendschappen die worden gesloten, ook mensen die uit een isolement geraken“, vertelt Kees. Hij zal het zelf niet met zoveel woorden zeggen, maar voor mij is hij een buurt-of dorpswerker van de 21e eeuw.

Zijn petanque-initiatief bleek een gouden zet. Het samenkomen met de ijzeren ballen op woensdag en zaterdag verhoogde de betrokkenheid van de buurt, mensen pakten spontaan allerlei engagement op. Omdat de toevloed van spelers zo groot is, worden er vijf nieuwe banen aangelegd. Het bouwen van de oven ging met vele suggesties en tips van een brede groep gepaard, “door ideeën effectief op te pikken neem je mensen serieus en verhoog je hun inzet”. Het zijn gouden lessen voor wie de commons wil uitbouwen.

Een grote, maar ingezakte kippenren wordt heropgebouwd om ook in de winter te kunnen petanquen. De burgerkracht van de Nijsmolenbuurt is spectaculair. Sinds de bakoven is het bezoekersaantal aan de molen vervijfvoudigd. Het project wordt genomineerd, haalt prijzen binnen en kent bezoekers uit binnen- en buitenland. Het verhaal van Kees voelt aan als dat nummer van Lou Reed: “Lou, it’s the beginning of a great adventure’”

Het was puffen, afzien en vloeken om hier te geraken; maar zoals onze progressieve pastoor Jan van Hertsberge nooit vergat te onderstrepen: “Wat moeite kost, is de moeite waard!”

Stefaan fietste op 23 april 2017 naar Stramproy.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *